Gezag, macht, machtsmisbruik

De overdreven zucht naar rijkdom, aanzien, welstand en superioriteit ten aanzien van de medemens en de strijd om de beste plaats op de eerste rij, zijn belangrijke drijfveren bij het streven naar macht.

Zolang dit streven binnen sociaal aanvaarde normen blijft en verloopt binnen afgesproken spelregels, zo nodig onder toezicht van gezagsdragers, die als zodanig deze positie hebben verworven op grond van bewezen kwaliteiten en eigenschappen als integriteit en onpartijdigheid en zonder uit te zijn op eigenbelang, is er geen reden tot ongerustheid.

Binnen een maatschappij, waar ook plaats is voor minder getalenteerden en minder begaafden en die niet alleen gericht is op geld, kennis en andere vormen van macht.

Het zijn de verschillen en tegenstellingen tussen mensen, zoals in rang, stand, afkomst, ras, huidskleur, geslacht, leeftijd, materieel bezit, in aanleg, talenten, intelligentie, intellect enz. waarop mensen elkaar steeds opnieuw afrekenen. Zolang mensen, op dergelijke verschillen, hun superioriteit en recht op gelijk en macht baseren, blijft samenleven een moeilijke zaak.

Een voorbeeld uit de relatief recente geschiedenis om daaraan een eind te maken, is de Franse filosoof Montesquieu (1689-1755). In dit geval over de vermeende superioriteit van de adel ten aanzien van het gewone volk (le peuple, of in het Nederlands: gepeupel). Hij wil de macht van het despotisme, de alleenheerschappij van kleine groepen mensen als familieregeringen, van dictators, tirannen, intomen. In zijn “trias politica”, over de scheiding der machten, kent hij een wetgevende, een rechterlijke en een uitvoerende macht, die elkaar controleren.

Tijdens de Franse revolutie (1789-1799), krijgt dit idee gestalte in de leuze “Vrijheid-Gelijkheid-Broederschap”.

Na een slachtpartij onder de edelen, krijgen de fransen daarvoor in ruil: “keizer Napoleon Bonaparte”, een man uit het gewone volk, die opklom van korporaal tot generaal. Uit die periode stammen de wetboeken “Code Civil” en de “Code Penal”, waarop ook het Nederlands Recht voor een groot deel is gebaseerd.

Wereldberoemd vanwege zijn ideeën om de verschillen en tegenstellingen in de samenleving op te heffen, is de Duitser Karl Marx. (1818-1883). Hij is de grondlegger van het communisme en het socialisme en legde zijn ideeën neer onder andere in het “Communistisch Manifest” (1848), en in “Das Capital”. (1867). Deze werken leidden in Rusland uiteindelijk tot de ondergang en dood van Tsaar Nicolas de Tweede (1918) en ontstond de communistische Republiek, de U.S.S.R.

Tot op de dag van vandaag zijn totalitaire systemen als in China, Rusland en Noord-Korea gebaseerd op deze communistische principes.

In zijn boek “Mein Kampf” (1925), beschrijft de grondlegger van het Nationaal Socialisme zijn visie op een nieuwe Wereldorde, geleid door zijn eigen “Herrenvolk”, de “Übermensch”. Dit ten koste van de “Untermensch”, die hij, in de door hem veroorzaakte Tweede Wereldoorlog, geheel trachtte uit te roeien. Opnieuw een van onze grote leiders, voorbeelden, beschermers, herders, hoeders, die zijn volk met al zijn valse beloften en leugens, misbruikte, opofferde en de afgrond in joeg. Zijn naam dit keer “Adolf Hitler”, (1889-1945). Oprichter van de NSDAP. (Nationaal Socialistische Duitse Arbeiderspartij). Zijn credo luidde “Gott mit Uns”.

Marlene Dietrich (1901-1992), een naar Amerika uitgeweken, Duits-Amerikaanse wereldbefaamde zangeres zong een even beroemd lied “Sag mir wo die Blumen sind” en eindigt met “Wann wird Man jeh verstehen?”. Nooit dus.

In het Midden-Oosten, onderdrukken de aan de macht zijnde geestelijke leiders hun gelovige aanhangers op de bekende klassieke manieren. Dit keer rechtvaardigen de machthebbers hun handelen, in het belang van de religie en ondersteunen zij terreurbewegingen.

In Afrika terroriseren, onderdrukken en knechten dictators op een gewetenloze wijze hun onderdanen, spelen deze tegen elkaar uit en veroorzaken burgeroorlogen en bloedbaden. De zoveelste volkerenmoord. De leiders wassen hun handen in onschuld, beschermd door modern bewapende en uitgeruste legers. Waar halen ze het geld vandaan? Niet van hun eigen bankrekeningen in Zwitserland.

Het enige voordeel van bovenbeschreven totalitaire systemen, is de duidelijke manier waarop zij zich manifesteren in doel, weg en middelen. Iedereen kent zijn plaats, het individu is onvoorwaardelijk onderworpen aan de machtshebbers en het systeem, goedschiks of kwaadschiks. Wie meedoet wordt beloond, krijgt een mooi uniform, onderscheidingstekens, eremedailles en overige zoethoudertjes, mag mee marcheren in de jaarlijkse parades van uiterlijk machtsvertoon, of is gezeten op een van de gruwelijke oorlogsmachines en moet een bek trekken waaruit alle menselijkheid is verbannen. (licensed to kill). Wie dit weigert, wordt daarop genadeloos afgerekend. De veiligheidsdiensten staan daarvoor garant.

Daarnaast bestaan er systemen die zich beroepen op vrijheid, democratie (de wil van het volk), gelijkheid en gelijkwaardigheid, voor iedereen. Een dergelijk systeem ontstond in de Westerse wereld, na het einde van de tweede wereldoorlog.
Nooit meer oorlog! De naties verenigen zich in de United Nations, in de Unicef, de World Health Organisations, het Internationaal Gerechtshof. In Europa verenigen de landen zich en groeien uit tot de Europese Unie.

Evengoed ontstaat er al gauw een verkoeling tussen Oost en West, een Koude Oorlog. Ontstaan er in de gehele wereld nieuwe brandhaarden, in Afrika, in Zuid-Amerika, in het Midden-Oosten, in Europa. Ondanks bovengenoemde Organisaties.

Zouden er dan nog andere machten hierin een rol spelen? Het antwoord is: Uiteraard!

Wie de wereldsituatie vanaf omstreeks 1950, nader bestudeert, valt het op, dat de voorafgaande oorlogen en de tussenliggende wereldcrisis van armoede en werkeloosheid, een enorme behoefte aan alle wereldse genoegens heeft geschapen. Na de oorlog ontstond er een immens afzetgebied voor allerlei producten. De wereldhandel bloeide op als nooit tevoren. Nieuwe industrieën groeiden als paddenstoelen uit de grond om aan de enorme vraag te voldoen. Hiermee waren grote sommen geld gemoeid. Dat geld was er, maar de benodigde kennis moest worden gekocht. Dat gebeurde al tijdens de Wereldoorlogen, toen de rijke financiers achter deze oorlogen, wetenschappers, bedenkers en constructeurs van al het oorlogstuig, inhuurden en ze zo medeplichtig maakten aan massamoord, solidair in het kwaad.

Ook nu hadden bijvoorbeeld de grote farmaceutische en voedingsindustrieën grote behoefte aan kennis. In beginsel tot meerdere glorie en welzijn van de mensheid. Dat was ook het doel van de eenzame geleerden, die voor hun, de mensheid dienende uitvindingen, al dan niet werden onderscheiden met Nobelprijzen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Proudly powered by WordPress | Theme: Baskerville 2 by Anders Noren.

Up ↑